Contact | Nieuws
Laat de tekst voorlezen met ReadSpeaker Print pagina Increase Decrease text size 
 

TOM

Columns
Lidy
Joop
Eline
Ben
Tom
Faya, pup in opleiding
Zwemles TBK
Archief tot 2014

Column Tom

De Lokale Zorg

Het thema van de lokale zorg bespreek ik hier wel vaker. Sinds 1 januari 2015 heeft de gemeente veel verantwoordelijkheid gekregen. Maar werkt het en wie betaalt de verandering?
Het is een belangrijke vraag. In maart volgend jaar zijn er verkiezingen voor de gemeenteraad en dan moeten wij een oordeel geven over wat er is gedaan met ons vertrouwen.
Iedereen kan daar een oordeel over geven. Dat kan over van alles gaan. Rolstoelers en slecht zienden hebben gemengde ervaringen met de herinrichting van de Dorpsstraat, maar over het algemeen is dat nog redelijk verlopen.
Hoe is de overname van de verantwoordelijkheden gelopen? Grote ontsporingen hebben zich niet voorgedaan. Maar goed is het ook niet gegaan. Instellingen vertellen dat ze 20% van hun zorgverleners hebben ontslagen, om er administratiemedewerkers voor terug te huren. Dat betekent dus dat er minder hulp wordt verleend.
Waarom is die administratie zo nodig? Omdat de gemeenten betalingen moeten doen aan de zorgverleners. Dat doen ze op declaratiebasis. Als dat per cliënt moet, is dat lastig voor de ambtenaren. Je moet weten of aan alle eisen is voldaan. Je moet ook je verlofdagen opmaken. We betalen binnen een maand, als alles klopt, zegt een andere gemeente. Dat zal wel, maar of het klopt bepaalt die gemeente ook. Intussen schiet de zorgverlener salariskosten voor.
Waarom moet u daarvan iets weten? Omdat het u een keer raakt of gaat raken. Niet enkel de verkeersveiligheid of rolstoeltoegankelijkheid zijn van belang, maar het hele systeem waarbinnen de zorg wordt verleend.
Meer dan 150 mensen uit deze gemeente werken bij Presikhaaf: zij hebben een handicap, of zoals we dat noemen, “een afstand tot de arbeidsmarkt”. Na jaren gedoe over verliezen heeft Arnhem bedacht dat men dat zelf gaat doen: Scalabor heet de opvolger van Presikhaaf. De gemeente gaat vermoedelijk zaken doen met deze organisatie. Maar waarom? Wat is het verschil? Als dit zoveel beter is, waarom is het dan niet tien jaar eerder bedacht?
Nog iets wat u zal gaan raken; we worden ouder en gehandicapter. Dat stelt eisen aan het wonen. Kijk je in de gemeentebegroting, dan stond er 8000 euro voor dit beleidsveld. Daar kun je een foldertje van drukken. Dat vond de raad ook gek, dus er werd 30.000 van gemaakt. Daar kun je een onderzoekje van doen. Intussen blijft het systeem: de woningcorporaties en de markt moeten maar bouwen, als de gemeente bestemmingsplannen heeft.
Alleen: de corporaties hebben beperkte middelen. De politiek zegt nu: de gemeente moet meer doen, meer te zeggen hebben en er moet meer gebouwd worden. Dat vind ik nou ook. Maar ik weet als oud volkshuisvester hoe lastig dat te organiseren is. Ik heb nog geen inhoudelijk idee of plan gehoord. Ik vind het zorgelijk:
-    Hoe zorgen we dat de zorginstellingen overeind blijven?
-    Hoe zorgen we dat onze mensen aan het werk komen?
-    Hoe zorgen we dat onze gehandicapte ouderen passende woningen aangeboden krijgen?
Eerlijk: ik heb geen idee. Maar misschien heb ik geen mooi weer gehad op vakantie en zie ik het te somber. Dat hoor ik graag van u. Maar ook als u denkt dat ik gelijk heb.
Tom van Doormaal

Zelfstandig Wonen

Soms vraag ik mij af of we genoeg doen aan het wonen van ouderen.
Ik was onlangs bij een discussie in het gemeentehuis. Mijn lichaam is nog redelijk in orde, mijn hoofd doet het nog, maar ik ben wel 72 jaar. Er werd gezellig gebabbeld over de beleidsontwikkeling, de kleinschalige benadering, het contact met de mensen. Alleen ging het over instellingen, contacten met beroepskrachten en organisaties. Ik werd een beetje kribbig en zei dat ik recht tegenover het gemeentehuis woonde, dat de gemiddelde leeftijd in mijn kleinschalig complex rond de tachtig jaar lag, maar dat ik nooit belangstelling van de gemeente had gemerkt. Dat vond de gemeente geweldig: mijn naam, adres, en email en telefoon werden opgeschreven. U raadt het al: nooit meer iets gehoord.

Daar gaat het natuurlijk niet om: ik ben geen zuurpruim en de gemeente doet zijn best. Het punt is natuurlijk wel: wat gebeurt er met de behoefte aan zorggeschikte woningen en wie doet en wie moet er wat mee? Daar komt ook het SGO in beeld. Kunnen we de gemeente prikkelen en stimuleren? Is het slimmer rechtstreeks bij organisaties als woningcorporaties, Aedes en ActiZ aan te kloppen? Alarmist ben ik ook niet. Maar toch: de informatie uit mijn oude netwerk als volkshuisvester verontrust mij wel.

“Zelfstandig wonen in de wijk wordt steeds meer de norm voor groepen die voorheen intramuraal of beschut woonden. Steeds meer huurders kampen met een lichamelijke, verstandelijke en psychische beperking. Wat kan een corporatie doen om deze groepen te ondersteunen? Wat is de opgave in uw werkgebied? Wat betekent dit voor het strategisch vastgoedbeleid en het beheer in complexen in de wijk? En hoe kan de verbinding gelegd worden met het sociaal domein en de gemeente?”

Het zijn de vragen waar Aedes-ActiZ deze maand een conferentie over beleggen. De reden is simpel: de groei van het aantal ouderen, de groei van dementie, het afnemen van het aantal intramurale woongelegenheden. Het onderzoekbureau ABF heeft deze marktbeweging voor onze regio geanalyseerd en het beeld is: fors stijgende behoefte aan geschikte woongelegenheid voor oudere zorgbehoevenden.

Wie doet wat? Wie moet wat?
Het eerlijke antwoord is dat ik het niet weet. Ik zie de gemeente veel investeren in het wonen, althans in een woonvisie. Op die brede draagkracht mag men wel trots zijn. Alleen het woord “visie” zegt het al. Met alleen een visie krijg je geen stenen op elkaar. Daarvoor zijn harde en praktische afspraken nodig, corporaties die willen en kunnen.
Daarvoor hebben we het woord “prestatieafspraak” uitgevonden. Het betekent dat gemeente en woningcorporaties over en weer tot afspraken komen over aantallen woningen, typen en prijzen, faseringen en locaties.
Ik ben daar gereserveerd over. Toen ik hier dertig jaar geleden als rijkshuisvester kwam werken hadden we het daar ook over. Ik heb alleen nog geen prestatieafspraak gezien, die iets te betekenen had. De gemeente kan geen harde afspraken maken over het opleveren van bouwrijpe grond, de corporatie kan niet investeren, omdat het Rijk met de vingers in de kas van de corporatie zit. Elk bouwplan geeft gedoe, dus we hebben het zo ingewikkeld gemaakt dat prestaties bijna niet meer te leveren zijn. Afspraken maken kan wel, alleen kun je daar niet in wonen.
Het is moedeloos makend. Maar dat mag niet en kan niet. Het SGO moet de gemeente duidelijk maken dat zij, met anderen, verantwoordelijk zijn voor een goede woningmarkt. Dat is niet iets dat een junior beleidsmedewerker of een externe inhuurkracht even regelt.

Ik weet nog dat het probleem in de stadsvernieuwing soortgelijk was. Waar ging het goed? Daar waar een lastige buurtgroep was, die de gemeente stevig op de huid zat, die voortdurend in kritische gesprekken verwikkeld was met corporaties, architecten en projectontwikkelaars. We zullen meer moeten investeren in deze behoeften. Want onze ouderen hebben over tien jaar geen kans meer op een woning die hen past.
Wie het niet gelooft, verwijs ik naar onderstaande links.
http://www.platform31.nl/publicaties/wegwijzer-prestatieafspraken-wonen-en-zorg
https://www.abfresearch.nl/producten/prognoses/fortuna-prognose-wonen-met-zorg/

BRUGGEN EN MUREN (SGO)

“De bruggenbouwers zijn verdwenen in ons land, de murenbouwers treden aan.” Het ontroerde me en ik klapte in mijn handen. Het was tijdens een drukke nieuwjaarsreceptie. Ik vroeg me af waarom ik de enige was die klapte.
De vertrekkende regeringscoalitie had het “bruggen slaan” als motto, maar zo geslaagd was het beleid van VVD en PvdA nu ook weer niet. Misschien wilden ze bruggen bouwen, maar het lijkt er op dat menige scheidslijn juist is verdiept: tussen arm en rijk, tussen de redelijke verdieners en de steenrijken, tussen ouderen en jongeren, tussen vluchtelingen en anderen.
Overbrug die verschillen maar eens, zo gemakkelijk is dat niet. Er was een kloof met bankiers, die  een paar miljarden kostte. Er was een uittocht van vluchtelingen uit Afrika en het Midden Oosten, het probleem van illegalen, de Turkije deal en kinderpardon.
Het is allemaal waar, we weten hoe het is gelopen. Gemakkelijke oplossingen zijn er niet. Maar toch, te veel oplossingen geven nieuwe scheidingen. Letterlijk, zoals het pleidooi om het vrije verkeer van buitenlanders te beperken, die goedkoper kunnen werken dan onze eigen mensen.  Maar ook figuurlijk, door één belang te vertegenwoordigen in de politiek, zoals ouderen, kinderen, Turkse migranten, dieren.

En nu zijn de gemeenten door de decentralisaties het loket geworden. Het lijkt een duivelse truc: de gemeenten mogen de tekorten verdelen, zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van wettelijke verplichtingen en staan met hun begroting daarvoor garant.
Maar is het zo erg? Ik vrees dat we zelf uitmaken wat waar is. Den Haag is bemoeizuchtig, zeker waar. Maar de gemeente en de gemeenteraad zullen zelf moeten bepalen wat ze sociaal beleid vinden en hoeveel geld daar aan moet worden uitgegeven. Vaak wil de lokale politiek het hebben over investeringen: in bedrijfsterrein, in viaducten, in stenen in lantarenpalen. Maar moeten we het niet wat meer hebben over “alledaags geluk”? Over investeren in mensen?

Lang geleden trof ik in de Groningse stadsvernieuwing een oud staatssecretaris, Cees Egas. Hij was de keizer van de Provo’s uit Amsterdam: Egas for President.
Hij was voorzitter van een stichting die voor een betere integratie van gehandicapten was. Hoe bedoelt u dat, meneer Egas? Het gaat er om dat mensen met een rolstoel niet alleen in hun eigen huis kunnen komen, het gaat er om dat zij overal kunnen komen.
Het maakte behoorlijk indruk op me. Je kunt niet hele delen van de samenleving van mensen afschermen door ze onbereikbaar te maken voor rolstoelen. De braille op bordjes in de liften en de medicijnenverpakking zijn inmiddels heel gewoon, zoals de riggeltegels voor blinden in het openbaar domein. Maar hoe is het met het levensloopbestendig bouwen? Kunnen rolstoelen overal komen?

Bruggen hebben wel trachten te bouwen, maar de bereikbaarheid van de wereld is nog lang niet voltooid. En het bouwen van muren is in volle gang. Er zijn nieuwe wetten gemaakt, nieuwe grenzen en normen bepaald, nieuwe geldstromen gevormd. Je ziet lokaal nieuwe compartimenten ontstaan, soms op basis van wetten, soms door lokale ambtenarij.
Kunnen die budgetten van het rijk niet meteen worden overgedragen aan belanghebbende partijen? Dat is geen gemakkelijke vraag. Die sociale budgetten zijn door de belastingbetaler opgebracht en moeten door een onpartijdige overheid worden verdeeld. Die doet dat met onze politieke steun, dat is het uitgangspunt. Maar hoe verfijnd moet dat systeem zijn? Geldt dat tot de laatste euro? In de praktijk zien we dat ambtenaren en welzijnsorganisaties graag die verdeling willen overnemen. Daarmee hebben ze de kans hun eigen baan te laten voort bestaan. Niets menselijks is ons vreemd.
De lokale welzijnspolitiek staat op een belangrijk punt. Sinds 2015 moest de gemeente zorgen voor de continuïteit, op de winkel passen. De mensen met huishoudelijke hulp hebben dat geweten, maar in het algemeen is de overgang goed verlopen.
De vraag is nu: hoe verder? Hoe gaat de gemeente, “de overheid van de mensen”, vorm geven aan die nieuwe organisatievormen tussen professionele zorg en (vrijwillige) buurtzorg in? Welke normen gaan gelden bij de verdeling van geld?
Overbetuwe heeft daarvoor een aantal organisaties: de Participatieraad, de SGO, Forte, en meer. Zij doen nog te veel langs elkaar heen, denk ik. Staan er muren tussen? Ik hoop dat het niet zo is. Maar de murenbouwers dreigen in de meerderheid te raken, niet omdat het leuk is, maar door geldgebrek, belangenstrijd tussen instellingen. De gemeente zou het bouwen van bruggen moeten bevorderen en minder vrijblijvend moeten maken. Ons gemeentebestuur is gericht op het grote onderhoud: mooie dorpsstraten, goede tunnels, kunstgras velden.
Nu nog een beetje visie, die ook met inspiratie in uitvoering wordt gebracht. Het SGO hoopt in 2017 aan die opdracht zo te werken dat u daar wat van merkt.
Tom van Doormaal, 20-01-2017

Oproep

In mijn vorige boodschap schreef ik over de ziekte van Parkinson van mijn vrouw. Wij hebben behoefte aan lotgenoten met die ziekte, om ervaringen uit te wisselen. Dat is een heel simpel vraagje. Toen ik het uitsprak, was het ineens een hulpvraag en ik sprak namens een gehandicapte. Maar ik had alleen maar een organisatievraag van een robuste burger, getroffen door een akelige ziekte, maar het vaste voornemen om zelf baas te blijven en regie te houden. Het SGO bestuur vond het prima als ik Parkinsonpatiënten zou proberen te organiseren via dit blad. Vijf is al een aardig resultaat. Wie? Mail svp naar vandoormaal@vodafonethuis.nl.

Het beleid en robust burgerschap

Een tijd geleden was er een bijeenkomst van het SGO in het gemeentehuis van Overbetuwe. Tot schrik van organisatoren en gemeente kwamen daar ruim 170 gehandicapten op af. Kennelijk was er een snaar getroffen. Kennelijk was er behoefte aan informatie. Maar het gebodene viel tegen: in de pauze gingen bijna 100 mensen weg. Na de pauze mocht ik het woord voeren, maar de avond kon ik niet redden. Niettemin is de vraag nog steeds: hoe gaan we nu verder met de decentralisaties in het sociaal domein?

Een commissie, voorgezeten door Han Noten, burgemeester van Dalfsen schrijft daarover aan de minister het volgende, in een recent verslag van september 2016:
“In de vijfde rapportage stellen we dat we aan het begin staan van een fundamentele verandering. De eerste stappen zijn gezet, maar het moeilijkste moet nog komen. De decentralisaties hebben effect op de rol van de gemeenteraad. Ook belichten we het perspectief van burgers. We gaan in op het voortbestaan van de specialistische jeugdzorg. En we belichten het Passend Onderwijs in het sociaal domein en zien dat daar de echte veranderingen nog moeten starten. Datzelfde geldt voor de kanteling van de sector huishoudelijke zorg naar een sector dienstverlening aan huis. En we laten zien dat de decentralisaties een verandering te weeg brengt in het vak van professional. De praktijk moet aan de macht, stelt de commissie in de rapportage”.

Heeft dit gevolgen voor de gemeente en voor het SGO?
Ik las het kwartaalverslag van de gemeente en zie opnieuw onderbesteding bij de Wmo, waaruit o.a. de huishoudelijke hulp betaald wordt en overbesteding in de Jeugdzorg. Helder: de gehandicapte oudere levert hulp in de huishouding in, voor een ontsporende jongere. Willen we dat zo? Je kunt die keuze maken, want wie de jeugd heeft, heeft de toekomst.
Maar het lijkt me dat er nogal wat is om over na te denken. Onze gemeente heeft een Participatieraad, die daarin een mooie rol zou kunnen spelen. Alleen, een bondgenoot voor een robuste opstelling voor burgers met een handicap, heb ik er niet in kunnen zien. De gemeente heeft “raad” nodig, maar de gehandicapte burgers toch ook?

Geheel in de lijn van de commissie die ik hierboven noemde, heb ik de wethouder gevraagd of hij meer wilde dan op de winkel passen. Dat wilde hij en vooral de jeugdzorg ging hem ter harte. Dan zou daar ontwikkelingswerk moeten gebeuren, experimenten, nieuwe vormen van dagbesteding, arbeidsbemiddeling, ondersteuning en toeleiding naar banen. De rapportage die de gemeente over het sociaal domein naar de gemeenteraad stuurt, is dan teleurstellend. Er wordt beheersmatig keurig verslag gedaan, zoals goed openbaar bestuur betaamt. Maar hoe komen we van een sector huishoudelijke zorg naar een sector dienstverlening aan huis? Hoe organiseren we dat?

Wie zich niet wil bemoeien met die verhalen over Rijk en Gemeente, ik snap dat. In mijn vorige boodschap schreef ik over de ziekte van Parkinson van mijn vrouw. Wij hebben behoefte aan lotgenoten met die ziekte, om ervaringen uit te wisselen. Dat is een heel simpel vraagje. Toen ik het uitsprak, was het ineens een hulpvraag en ik sprak namens een gehandicapte. Maar ik had alleen maar een organisatievraag van een robuste burger, getroffen door een akelige ziekte, maar het vaste voornemen om zelf baas te blijven en regie te houden. Het SGO bestuur vond het prima als ik Parkinsonpatiënten zou proberen te organiseren via dit blad. Vijf is al een aardig resultaat. Wie? Mail svp naar vandoormaal@vodafonethuis.nl.

DE ZORG EN DE ERVARING

Sinds ik voor het SGO-blad  deze kolom schrijf, kan ik moeiteloos uit eigen ervaring putten. Ik wilde liever dat het niet zo was, maar lievere koekjes worden niet gebakken.
Eerst openbaarde zich Parkinson bij mijn zuster, later ook bij mijn echtgenote. Dat is niet gemakkelijk voor de naasten: de ziekte laat zich geleidelijk kennen, de zorg is buitengewoon attent en rijk. Met medicatie is veel te doen, maar er veranderen ook dingen, die niet met medicatie oplosbaar zijn. “Ik ben een ander mens geworden”, zegt mijn vrouw. Hoe precies weten we niet, maar het is waar.
Het confronteert ons met de verbindingen naar een rechtvaardige samenleving. Hoe regel je de zorg als de behoefte daar aan gaat toenemen? Ik had er nog maar weinig over nagedacht. Oudere vrouwen hebben het grootste deel der zorgtaken in onze samenleving. Dat is niet zo eerlijk of rechtvaardig. “Zelfredzaamheid” is een grote deugd en we moeten de kosten van de zorg beperken, zegt de politiek. Is dat zo?

Onze banen worden overgenomen door robots en computers, dus misschien is het juist heel goed dat onze uitgaven voor de zorg, voor de menselijke solidariteit, toenemen. Waarom moeten we onszelf redden? Is het niet juist van grote betekenis voor ons bestaan dat we elkaar helpen en verzorgen? Circa de helft van een mensenleven verloopt in hulpbehoevendheid, meende ooit Abraham de Swaan. Wij zijn goed in te zorgen dat er voor ons gezorgd wordt.
Prachtig, meent de overheid, maar houdt wel de hand op de knip. Ik ben realist genoeg, om dat te snappen, maar toch denk ik dat er iets niet klopt. Vorige keer sprak ik over het overschot op de WMO en de besteding daarvan.
En dan kom ik zelf met spoed in het ziekenhuis terecht, met hevige pijnen en onrustige nachten. Vele lezers zullen het weten, maar ik wist het niet: een paar uur pijn en alle zekerheden die je hebt zijn versplinterd. Dan is alleen nog liefdevolle aandacht van een medemens of je naasten van belang.
Sommige verpleegkundigen gaan mijn vragen uit de weg en willen alleen hun professionele ding doen. Het voelt of ik een apparaat ben met een gebrek; dan sla je het handboek open bij “storingen” en hef je die op. Maar een mens heeft iets anders nodig, want je bent geen apparaat.
Anderen doen het anders. Zij tonen zich welgemoed en behulpzaam, ook als ik de tiende keer bel in de nacht, omdat ik de pijn niet verdraag. Hun aandacht is met liefde of zorg niet voldoende beschreven. Die aandacht van verpleegkundigen schept een menselijke verbinding, het belangrijkste wat je nodig hebt in ogenblikken van pure nood.

Ik weet niet of de SGO-lezers dit herkennen. Ik heb de gedachte dat het SGO meer zou kunnen en moeten doen op dit vlak. Goede zorg is meer dan zelfredzaamheid en zuinigheid. Maar je bent zo snel ingedeeld als zweverige welzijnswerker.
De gemeente doet, de wijkteams doen, maar is er voldoende oog voor de patiënt? Ik ben na 12 dagen het ziekenhuis weer uit en voel me dankbaar voor de reparatie die is uitgevoerd en de zorg die ik heb gehad. Toch denk ik ook: moeten we niet beter kijken naar de dingen, die niet goed gaan?
De decentralisaties in het sociaal domein betekenen een nieuwe en lokale discussie in de politiek; je kunt geld immers maar één keer uitgeven. Moeten zorgvragers daar niet met de neus bovenop zitten? Ik zou zeggen dat dit zeer nodig is.
Mijn ziekenhuiservaring voegt daar iets aan toe. Ik heb nog nooit twaalf dagen in een ziekenhuis gelegen, maar nu weet ik hoe belangrijk de wijze is waarop je als zorgbehoevende wordt bejegend. Nu weet ik hoe je menselijke waardigheid, onbedoeld of niet, door professioneel handelen of juist door knulligheid, door teveel informatie of juist te weinig, schade kan oplopen.
Ook dit is een aspect waar een contact tussen gehandicapten een rol kan spelen. Als individu ben je dankbaar dat het (even) over is, laat je kritiek maar zitten, want de volgende keer… Samen zou je op een eerlijke en evenwichtige manier, meer aandacht kunnen vragen voor onderwerpen, die de kwaliteit van ons leven bepalen.
Tom van Doormaal, 29-07-16

 
Sociale Media
Volg ons op Facebook Test Bushaltes Driel SGO SGO
Actueel
20-11-2017
SGO Nieuwsblad december 2017
 
25-05-2016
Help ons papier besparen